SECTIE B BEWERKINGEN; TRANSPORT
VORMEN
B 22 GIETEN; POEDERMETALLURGIE
B 22 F BEWERKEN VAN METAALACHTIG POEDER; MAKEN VAN ARTIKELEN UIT METAALACHTIG POEDER; MAKEN VAN METAALACHTIG POEDER (processen of inrichtingen in het algemeen voor het granuleren van materialen B01J 2/00; maken van keramiek door verdichten of sinteren C04B, bijv. C04B 35/64; zie voor het produceren van metalen op zich de klasse C22; reduceren of ontleden van metaalverbindingen in het algemeen C22B; maken van legeringen door poedermetallurgie C22C; elektrolytisch produceren van metaalpoeder C25C 5/00)
Aantekeningen
(1) Onder deze subklasse valt het maken van metaalachtig poeder alleen voorzover het gaat om het maken van poeder met specifieke fysische kenmerken. [6]
(2) In deze subklasse worden de volgende termen of uitdrukkingen gebruikt met de aangegeven betekenissen:
- “metaalachtig poeder” omvat poeders die een aanzienlijk gedeelte niet-metaalachtig materiaal bevatten;
- “poeder” omvat enigszins grotere deeltjes die zijn bewerkt of verkregen, of die zich gedragen op een wijze soortgelijk aan poeder, bijv. vezels.
B 22 F 1/00 Op speciale wijze behandelen van metaalachtig poeder, bijv. voor het kunnen bewerken of voor het verbeteren van de eigenschappen; Metaalachtig poeder op zich, bijv. mengsels van deeltjes van verschillende samenstelling (C04 en C08 hebben voorrang)
B 22 F 1/02 . waarbij het poeder wordt gecoat [2]
B 22 F 3/00 Maken van werkstukken of artikelen uit metaalachtig poeder, die wordt gekenmerkt door de wijze van verdichten of sinteren; Speciaal daarvoor aangepaste apparatuur
B 22 F 3/02 . Alleen verdichten
B 22 F 3/03 . . Persgietapparatuur daarvoor [6]
B 22 F 3/035 . . . waarbij één of meer delen daarvan draaibaar zijn gemonteerd [6]
B 22 F 3/04 . . door het toepassen van een fluïdum onder druk
B 22 F 3/06 . . door centrifugaalkrachten
B 22 F 3/08 . . door explosiekrachten
B 22 F 3/087 . . gebruikmakend van hoogenergetische impulsen, bijv. magneetveldimpulsen [6]
B 22 F 3/093 . . gebruikmakend van trilling [6]
B 22 F 3/10 . Alleen sinteren
B 22 F 3/105 . . door gebruik te maken van elektrische stroom, laserstraling of plasma (B22F 3/11 heeft voorrang) [6]
B 22 F 3/11 . . Maken van poreuze werkstukken of artikelen [6]
B 22 F 3/115 . door het versproeien van gesmolten metaal, d.w.z. sproeisinteren of sproeigieten [6]
B 22 F 3/12 . Zowel verdichten als sinteren (door smeden B22F 3/17) [6]
B 22 F 3/14 . . gelijktijdig
B 22 F 3/15 . . . Warm isostatisch persen [6]
B 22 F 3/16 . . in opeenvolgende of herhaalde stappen
B 22 F 3/17 . door smeden [6]
B 22 F 3/18 . door gebruik te maken van walsen onder druk [6]
B 22 F 3/20 . door extruderen
B 22 F 3/22 . voor het produceren van gietsels uit een suspensie
B 22 F 3/23 . waarbij sprake is van een zichzelf voortplantende synthesestap bij hoge temeperatuur of een reactiesinterstap [6]
B 22 F 3/24 . Nabehandelen van werkstukken of artikelen
B 22 F 3/26 . . Impregneren
B 22 F 5/00 Maken van werkstukken of artikelen uit metaalachtig poeder, die worden gekenmerkt door de speciale vorm van het product
B 22 F 5/02 . van zuigerringen
B 22 F 5/04 . van turbinebladen
B 22 F 5/06 . van artikelen met schroefdraad, bijv. moeren
B 22 F 5/08 . van getande artikelen, bijv. tandwielen; van nokkenschijven
B 22 F 5/10 . van artikelen met holten of gaten, die niet elders zijn ondergebracht in de voorgaande subgroepen [6]
B 22 F 5/12 . van buizen of draad [6]
B 22 F 7/00 Maken van samengestelde lagen, werkstukken of artikelen die metaalachtig poeder bevatten, door het poeder te sinteren, met of zonder verdichten
B 22 F 7/02 . van samengestelde lagen
B 22 F 7/04 . . waarbij één of meer lagen niet uit poeder bestaan, bijv. van massief metaal
B 22 F 7/06 . van samengestelde werkstukken of uit delen bestaande artikelen, bijv. voor het vormen van gepunt gereedschap
B 22 F 7/08 . . waarbij één of meer delen niet uit poeder bestaan
B 22 F 9/02 . gebruikmakend van fysische processen [3]
B 22 F 9/04 . . uitgaande van vast materiaal, bijv. door breken, schuren of malen (zie voor breken, schuren of malen in het algemeen de relevante subklassen, bijv. B02C) [3]
B 22 F 9/06 . . uitgaande van vloeibaar materiaal [3]
B 22 F 9/08 . . . door gieten, bijv. door zeven of in water, of door vernevelen of versproeien (gebruikmakend van elektrische ontlading B22F 9/14) [3]
B 22 F 9/10 . . . . gebruikmakend van centrifugaalkracht [3]
B 22 F 9/12 . . uitgaande van gasvormig materiaal [3]
B 22 F 9/14 . . gebruikmakend van elektrische ontlading [3]
B 22 F 9/16 . gebruikmakend van chemische processen [3]
B 22 F 9/18 . . waarbij metaalverbindingen worden gereduceerd [3]
B 22 F 9/20 . . . uitgaande van vaste metaalverbindingen [3]
B 22 F 9/22 . . . . gebruikmakend van gasvormige reductiemiddelen [3]
B 22 F 9/24 . . . uitgaande van vloeibare metaalverbindingen, bijv. oplossingen [3]
B 22 F 9/26 . . . . gebruikmakend van gasvormige reductiemiddelen [3]
B 22 F 9/28 . . . uitgaande van gasvormige metaalverbindingen [3]
B 22 F 9/30 . . waarbij metaalverbindingen worden ontleed, bijv. door pyrolyse [3]