SECTIE B
BEWERKINGEN; TRANSPORT
VORMEN
B
23 MACHINEGEREEDSCHAP; NIET ELDERS
ONDERGEBRACHT BEWERKEN VAN METAAL [11]
Aantekeningen
(1) Onder deze klasse vallen:
- bewerkingen die niet vallen onder een andere
klasse;
- combinaties van bewerkingen die vallen onder
verschillende subklassen van de klassen B21 tot B24, welke combinaties vallen
onder subklasse B23P, met uitzondering van extra bewerkingen die worden
uitgevoerd in samenhang met hoofdbewerkingen die vallen onder één subklasse;
- specifieke kenmerken voor machinegereedschap,
die betrekking hebben op een vereiste of een probleem van een aard die niet
hoort bij een specifiek soort machinegereedschap, bijv. het toevoeren van werk
wat valt onder subklasse B23Q, ofschoon het realiseren van die kenmerken kan
verschillen in overeenstemming met het betreffende soort machinegereedschap. In
het algemeen vallen dergelijke kenmerken onder de genoemde subklasse, zelfs als
het kenmerk of een specifieke functie in een bijzonder geval tot op zekere
hoogte hoort bij, of slechts wordt geclaimd voor, machinegereedschap voor één
specifieke bewerking; slechts in uitzonderingsgevallen worden dergelijke
kenmerken geklasseerd in de subklasse voor het betreffende machinegereedschap.
Bepaalde kenmerken van een dergelijk algemeen karakter worden echter
toegeschreven naar subklassen die betrekking hebben op specifieke
metaalbewerkingen, met name B23B, waarbij die subklassen met het oog op
dergelijke kenmerken niet beperkt zijn tot het soort machinegereedschap waarop
zij in eerste instantie betrekking hebben.
(2) In deze klasse worden de volgende termen of uitdrukkingen
gebruikt met de aangegeven betekenissen:
- “bewerken van metaal” omvat het bewerken van
andere materialen tenzij uit de context anders blijkt;
- “soort bewerkingen” en soortgelijke
uitdrukkingen hebben betrekking op metaalbewerkingen zoals boren, frezen en
slijpen;
- “soort machine” betekent een machine die is
ontworpen voor een specifiek soort metaalbewerking (bijv. een draaibank);
- “machinevorm” betekent een specifieke soort
machine die is aangepast of opgesteld voor een specifieke wijze van bewerken of
voor specifiek werk, bijv. een draaibank met een spanplaat of een losse kop of
een revolverdraaibank;
- “verschillende machines” omvat verschillende
machinevormen voor het uitvoeren van dezelfde soort metaalbewerking, bijv.
staande of liggende boormachines.
(3) Als details, componenten of accessoires geen essentieel
kenmerk hebben dat specifiek hoort bij machinegereedschap hebben, hebben de
meer algemene klasse zoals bijv. F16 voorrang.
B 23 K SOLDEREN OF
LOSSOLDEREN; LASSEN; BEKLEDEN OF PLATEREN DOOR SOLDEREN OF LASSEN; SNIJDEN DOOR
HET PLAATSELIJK TOEPASSEN VAN WARMTE, BIJV. VLAMSNIJDEN; BEWERKEN MET EEN
LASERSTRAAL (maken van
met metaal gecoate producten door het extruderen van metaal B21C 23/22;
opbouwen van bekledingen of bedekkingen door gieten B22D 19/08; gieten door
onderdompelen B22D 23/04; maken van composietlagen door het sinteren van
metaalpoeder B22F 7/00; voorzieningen op machinegereedschap voor het copiëren of
regelen B23Q; niet elders ondergebracht bedekken van metalen of van materialen
met metalen C23C; branders F23D)
Aantekeningen
(1) Onder deze subklasse vallen tevens speciaal aangepaste
elektrische circuits voor elk doel dat valt onder de titel van de subklasse.
(2) In deze subklasse wordt de volgende term gebruikt met de
aangegeven betekenis:
- “solderen” betekent het met elkaar verbinden van
metalen door gebruik te maken van soldeer en het toepassen van warmte zonder
van de met elkaar te verbinden delen te laten smelten. [5]
(3) In de groepen B23K 1/00 tot B23K 31/00 is het gewenst de
indexcodes van de groepen B23K 101:00 of B23K 103:00 toe te voegen. [5,8]
Solderen,
bijv. hard solderen, of lossolderen [9]
B 23 K
1/00 Solderen,
bijv. hard solderen, of lossolderen (B23K 3/00 heeft voorrang; alleen gekenmerkt door het gebruik van
speciale materialen of media B23K 35/00; dompelsolderen of golfsolderen bij het
maken van gedrukte circuits H05K 3/34) [5]
B 23 K
1/002 .
Solderen door middel van inductieverwarming [5]
B 23 K
1/005 .
Solderen door middel van stralingsenergie [5]
B 23 K
1/008 .
Solderen in een industriële oven (B23K 1/012 heeft voorrang) [5]
B 23 K
1/012 .
Solderen door gebruik te maken van heet gas [5]
B 23 K
1/015 .
. Damp-condensatiesolderen [5]
B 23 K
1/018 .
Lossolderen; Verwijderen van gesmolten soldeer of andere resten [5]
B 23 K
1/06
. gebruikmakend van trillingen, bijv. supersone trillingen
B 23 K
1/08
. Solderen door middel van onderdompelen in gesmolten soldeer
B 23 K
1/14
. speciaal aangepast voor het solderen van naden (maken van
buizen waarbij sprake is van andere bewerkingen dan solderen B21C) [5]
B 23 K
1/16
. . langsnaden, bijv. van mantels [5]
B 23 K
1/18 .
. omtreksnaden, bijv. van mantels [5]
B 23 K
1/19
. rekening houdend met de eigenschappen van de te solderen
materialen [3]
B 23 K
1/20
. Voorbehandelen van te solderen werk of gebieden, bijv. met
betrekking tot een galvanische coating (zie voor het voorbereiden van
oppervlakken op specifieke wijzen de relevante klassen voor de behandelingen of
de behandelde materialen, bijv. C04B of C23C)
B 23 K
3/00 Gereedschap,
inrichtingen of speciaal toebehoren voor het solderen, bijv. hardsolderen, of
lossolderen, voorzover niet speciaal aangepast voor specifieke methoden (materialen die worden gebruikt voor
solderen B23K 35/00) [5]
B 23 K
3/02
. Soldeerbouten; Koppen daarvoor
B 23 K 3/03
. . elektrisch verwarmd [5]
B 23 K
3/04
. Verwarmingstoebehoren (soldeerlampen of blaaspijpen F23D;
elektrisch verwarmen in het algemeen H05B)
B 23
K
3/047 .
. elektrisch [5]
B 23
K 3/053
. . . gebruikmakend van weerstandsdraden [5]
B 23 K
3/06
. Inrichtingen voor het toevoeren van soldeer;
Soldeersmeltpannen
B 23 K
3/08
. Hulpinrichtingen daarvoor (reinigen van pijpen of buizen of
stelsels van pijpen of buizen, bijv. vóór het solderen, B08B 9/02) [5]
B 23 K
5/02
. Naadlassen (maken van buizen waarbij sprake is van andere
bewerkingen dan lassen B21C)
B 23 K
5/04
. . gebruikmakend van extra geprofileerde
stroken en dergelijke van lasmetaal te gebruiken langs de naadranden
B 23 K
5/06
. . Lassen van langsnaden
B 23 K
5/08
. . Lassen van omtreksnaden
B 23 K
5/10
. Lassen van werkstukken die voornamelijk lagen bevatten van
verschillende metalen, bijv. geplateerde werkstukken
B 23 K
5/12
. rekening houdend met de eigenschappen van het te lassen
materiaal
B 23 K 5/14
. . van niet-ijzerhoudende metalen (B23K
5/16 heeft voorrang)
B 23 K
5/16
. . van verschillende metalen
B 23 K
5/18
. met een ander doel dan het samenvoegen van delen, bijv.
opbouwlassen
B 23 K
5/20
. gebruikmakend van trillingen, bijv. supersone trillingen
B 23 K
5/213 .
Voorbehandelen [3]
B 23 K
5/22
. Hulpuitrusting, bijv. ruglagen en geleiders
B 23 K
5/24
. . Voorzieningen voor het ondersteunen van
toortsen (niet beperkt tot vlamlassen B23K 37/02)
B 23 K
7/06
. Speciaal ontworpen machines, apparatuur of uitrusting voor
het afschuinen of het verwijderen van oppervlak
B 23 K
7/08
. door het toepassen van extra verbindingen of middelen ter
ondersteuning van de procedure voor het snijden, afschuinen of verwijderen van
oppervlak
B 23 K
7/10
. Hulpinrichtingen, bijv. voor het geleiden of ondersteunen
van de toorts (geleidingsmiddelen die toepasbaar zijn op andere metaalbewerkingsmachines
B23Q)
B 23 K
9/00 Booglassen of
boogsnijden
(elektroslaklassen B23K 25/00; lastransformatoren H01F; lasgeneratoren H02K)
B 23 K
9/007 .
Puntbooglassen [5]
B 23 K
9/013 .
Boogsnijden, uithollen, afschuinen of verwijderen van het oppervlak [5]
B 23 K
9/02
. Naadlassen; Steunmiddelen; Inzetstukken
B 23 K
9/022 .
. Lassen door gebruik te maken van elektrodetrillingen [5]
B 23 K
9/025 .
. voor rechtlijnige naden [5]
B 23 K
9/028 .
. voor gekromde naden in één vlak [5]
B 23 K
9/032 .
. voor driedimensionale naden [5]
B 23 K
9/035 .
. met steunlagen die onder de naad zijn geplaatst [5]
B 23 K
9/038 .
. gebruikmakend van een gietmassa (niet beperkt tot
booglassen B23K 37/06) [5]
B 23 K
9/04
. Lassen voor een ander doel dan samenvoegen, bijv.
opbouwlassen
B 23 K
9/06
. Voorzieningen of circuits voor het starten van de boog,
bijv. door opwekken van de ontstekingsspanning, of voor het stabiliseren van de
boog [5]
B 23 K
9/067 .
. Starten van de boog [5]
B 23 K
9/073 .
. Stabiliseren van de boog [5]
B 23 K
9/08
. Voorzieningen of circuits voor het magnetisch sturen van de
boog
B 23 K
9/09
. Voorzieningen of circuits voor het booglassen met een
pulsstroom of pulsspanning [3]
B 23 K
9/095 .
Bewaken of automatisch regelen van lasparameters [5]
B 23 K
9/10
. Andere elektrische circuits daarvoor; Veiligheidscircuits;
Afstandbediening
B 23 K
9/12
. Automatisch toevoeren of verplaatsen van elektroden of werk
voor het puntlassen of naadlassen, of voor het puntsnijden of naadsnijden
B 23 K
9/127 .
. Middelen voor het trekken van lijnen tijdens het booglassen
of boogsnijden (copiëren in het algemeen B23Q 35/00) [5]
B 23 K
9/133 .
. Middelen voor het toevoeren van elektroden, bijv. trommels,
rollen of motoren [5]
B 23 K
9/14
. gebruikmakend van geïsoleerde elektroden
B 23 K
9/16
. gebruikmakend van een schermgas
B 23 K
9/167 .
. en van een niet consumeerbare elektrode [5]
B 23 K
9/173 .
. en van een consumeerbare elektrode [5]
B 23
K
9/18
. Dompelbooglassen
B 23
K
9/20
. Tapeindlassen
B 23
K
9/22
. Stotend
lassen
B 23 K
9/23
. rekening houdend met de eigenschappen van de te lassen
materialen [3]
B 23 K
9/235 .
Voorbehandelen [3]
B 23 K
9/24
. Kenmerken met betrekking tot elektroden (vorm of
samenstelling van elektroden B23K 35/00)
B 23 K
9/26
. . Accessoires voor elektroden, bijv.
ontstekingsuiteinden
B 23 K
9/28
. . Steuninrichtingen voor elektroden (niet
beperkt tot booglassen of boogsnijden B23K 37/02)
B 23 K 9/29
. . . Aangepaste
steunvoorzieningen voor afschermmiddelen [5]
B 23 K
9/30
. . . Trilhouders voor
elektroden (B23K 9/022 heeft voorrang) [5]
B 23 K
9/32
. Accessoires (aardverbindingen H01R)
B 23 K
10/00
Lassen of snijden door middel van plasma [5]
B 23 K
10/02 .
Plasmalassen [5]
B 23 K
11/02 .
Drukstomplassen
B 23 K
11/04 .
Vlamboogstomplassen of afbrandlassen
B 23 K
11/06 .
met rolelektroden
B 23 K
11/08 .
Niet tot één van de voorgaande subgroepen beperkt naadlassen
B 23 K
11/087 .
. voor rechte naden [5]
B 23 K
11/093 .
. voor in één vlak gebogen naden [5]
B 23
K 11/10
. Puntlassen; Steeklassen
B 23
K 11/11
. . Puntlassen [5]
B 23
K 11/12
. . gebruikmakend van trillingen
B 23 K 11/14
. Projectielassen
B 23 K
11/16 .
rekening houdend met de eigenschappen van het te lassen materiaal
B 23 K
11/18 .
. van niet-ijzerhoudende metalen (B23K 11/20 heeft voorrang)
B 23 K
11/20 .
. van verschillende metalen
B 23 K
11/22 .
Doorsnijden door weerstandsverwarming
B 23 K
11/24 .
Stroomtoevoer of regelcircuits daarvoor
B 23 K
11/25 .
. Bewakingsinrichtingen [5]
B 23 K
11/26 .
. Storage discharge lassen
B 23 K
11/28 .
Draagbare lasuitrusting
B 23 K
11/30 .
Kenmerken met betrekking tot elektroden (vorm of samenstelling van elektroden
B23K 35/00)
B 23 K
11/31 .
. Elektrodehouders (niet beperkt tot weerstandslassen of tot
het dóórsnijden door weerstandsverwarming B23K 37/02) [5]
B 23 K
11/34 .
Voorbehandelen [3]
B 23 K
11/36 .
Hulpuitrusting (B23K 11/31 heeft voorrang) [3,5]
B 23 K
13/00
Lassen door het verwarmen met hoogfrequente stroom [5]
B 23 K
13/01 .
door inductieverwarming [5]
B 23 K
13/02 .
. Naadlassen
B 23 K
13/04 .
door geleidende verwarming [5]
B 23 K
13/06 .
gekenmerkt door het afschermen van de laszone tegen invloeden van buitenaf
(media B23K 35/38) [5]
B 23 K
13/08 .
Stroomtoevoer of regelcircuits daarvoor [5]
Op een
andere wijze lassen of snijden; Bewerken met een laserstraal [3]
B 23 K
15/00 Lassen of snijden
met een elektronenstraal
(elektronenstraalbuizen of ionenstraalbuizen H01J 37/00)
B 23 K
15/02 .
Regelcircuits daarvoor [5]
B 23 K
15/04 .
voor het lassen van ringvormige naden [5]
B 23 K
15/06 .
in een vacuümkamer (B23K 15/04 heeft voorrang) [5]
B 23 K
15/08 .
Verwijderen van materiaal, bijv. door snijden of door het boren van gaten [5]
B 23 K
15/10 .
Lassen of snijden met een elektronenstraal zonder vacuüm [5]
B 23 K
20/00 Niet-elektrisch
lassen door het uitoefenen van inslagen of een andere druk, met of zonder het
toepassen van warmte, bijv. bekleden of plateren [3]
B 23 K
20/02 .
door middel van een pers [3]
B 23 K
20/04 .
door middel van een walsmolen [3]
B 23 K
20/06 .
door middel van hoogenergetische impulsen, bijv. magnetische energie [3]
B 23 K
20/08 .
. Explosielassen [3]
B 23 K
20/10 .
gebruikmakend van trillingen, bijv. ultrasoonlassen [3]
B 23 K
20/12 .
waarbij de warmte wordt opgewekt door wrijving; Wrijvingslassen [3]
B 23 K
20/14 .
Voorkomen of minimaliseren van de aanwezigheid van gas, of het gebruikmaken van
schermgassen of een vacuüm tijdens het lassen (gevormd door materiaal tussen
werkstukken B23K 20/18) [3]
B 23 K
20/16 .
waarbij speciaal materiaal tussen delen wordt aangebracht voor het met elkaar
kunnen verbinden van de delen, bijv. materiaal voor het absorberen of afgeven
van gas [3]
B 23 K
20/18 .
Zonelassen door het aanbrengen van las-voorkomende substanties tussen niet aan
elkaar te lassen zone’s [3]
B 23 K
20/20 .
Speciale methoden die aansluitend een scheiding toestaan, bijv. van
hoogwaardige metalen uit schrootmateriaal [3]
B 23 K
20/22 .
rekening houdend met de eigenschappen van het te lassen materiaal [3]
B 23 K
20/227 .
. met ijzerlaag [5]
B 23 K
20/233 .
. zonder ijzerlaag [5]
B 23 K
20/24 .
Voorbehandelen [3]
B 23 K
20/26 .
Hulpuitrusting [3]
B 23 K
25/00 Slaklassen, d.w.z.
gebruikmakend van een verwarmde poederlaag of poedermassa, slakken en
dergelijke in contact met het samen te voegen materiaal (B23K 23/00 heeft voorrang;
dompelbooglassen B23K 9/18)
B 23 K
26/00
Bewerken met een laserstraal, bijv. lassen, snijden of
boren (lasers H01S 3/00)
[2,3]
B 23 K
26/02 .
Positioneren of observeren van het werkstuk, bijv. met betrekking tot het
inslagpunt; Uitlijnen, richten of scherpstellen van de laserstraal [3]
B 23 K
26/03 .
. Observeren van het werkstuk [7]
B 23 K
26/04 .
. Automatisch uitlijnen, richten of scherpstellen van de
laserstraal, bijv. gebruikmakend van het teruggekaatste verstrooide licht [3]
B 23 K
26/06 .
. Vormen van de laserstraal, bijv. door maskers of door
meervoudig scherpstellen (optische elementen, systemen of apparatuur in het
algemeen G02B) [3]
B 23 K
26/067 .
. . Verdelen van de straal in meerdere
stralen, bijv. meervoudig scherpstellen [7]
B 23 K
26/073 .
. . Vormen van de laserpunt [7]
B 23 K
26/08 .
Inrichtingen waarbij sprake is van een onderlinge beweging tussen laserstraal
en werkstuk [3]
B 23 K
26/10 .
. gebruikmakend van een vaste steun [3]
B 23 K
26/12 .
in een speciale atmosfeer, bijv. in een omhulsel [3]
B 23 K
26/14 .
gebruikmakend van een gasstroom, bijv. een gasstraal, in samenhang met de
laserstraal (B23K 26/12 heeft voorrang) [3]
B 23 K
26/16 .
Afvoeren van bijproducten, bijv. deeltjes of dampen die tijdens het behandelen
van een werkstuk worden geproduceerd (door een gasstroom B23K 26/14) [3]
B 23 K
26/18 .
gebruikmakend van absorptielagen op het te bewerken materiaal, bijv. voor het
markeren of beschermen [3]
B 23 K
26/20 .
Hechten, bijv. lassen (solderen door middel van stralingsenergie B23L 1/005;
verbinden van voorgevormde kunststofdelen door verwarmen waarbij gebruik wordt
gemaakt van een laserstraal B29C 65/16) [7]
B 23 K
26/22 .
. Puntlassen [7]
B 23 K
26/24 .
. Naadlassen [7]
B 23 K
26/26 .
. . van rechtlijnige naden [7]
B 23 K
26/28 .
. . van naden in een gebogen vlak [7]
B 23 K
26/30 .
. . van driedimensionale naden [7]
B 23 K
26/32 .
. rekening houdend met de eigenschappen van het betreffende
materiaal [7]
B 23 K
26/34 .
Lassen voor een ander doel dan verbinden, bijv. opbouwlassen [7]
B 23 K
26/36 .
Verwijderen van materiaal [7]
B 23 K
26/38 .
. door boren of snijden [7]
B 23 K
26/40 .
. rekening houdend met de eigenschappen van het betreffende
materiaal [7]
B 23 K
26/42 .
Voorbereidend behandelen; Hulpbewerkingen of hulpuitrusting (B23K 26/16 heeft
voorrang) [7]
B 23 K
28/00 Lassen of snijden,
voorzover niet vallend onder de groepen B23K 5/00 tot B23K 26/00 (samenvoegen van werkstukken door
elektrolyse C25D 2/00; elektrolytisch verwijderen van materialen C25F) [2,8]
B 23 K
28/02 .
Gecombineerde processen of apparatuur voor het lassen of snijden [2]
B 23 K
31/00 Voor deze subklasse
relevante processen, die speciaal zijn aangepast voor specifieke artikelen of
doeleinden, voorzover niet vallend onder één van de hoofdgroepen B23K 1/00 tot
B23K 28/00 (maken van
buizen of geprofileerde staven waarbij sprake is van andere bewerkingen dan
solderen of lassen B21C 37/04 of B21C 37/08) [8]
B 23 K
31/02 .
waarbij sprake is van solderen of lassen (dompelsolderen of golfsolderen bij
het maken van gedrukte circuits H05K 3/34)
B 23 K
31/10 .
waarbij sprake is van snijden of van verwijderen van oppervlak
B 23 K
31/12 .
waarbij sprake is van het onderzoeken van materiaaleigenschappen, bijv. de
lasbaarheid [5]
B 23
K 33/00
Speciaal geprofileerde randdelen van werkstukken voor het maken van
soldeerverbindingen of lasverbindingen; Opvullen van daarbij gevormde naden
B 23 K
35/02 .
gekenmerkt door mechanische kenmerken, bijv. de vorm
B 23 K
35/04 .
. speciaal ontworpen voor gebruik als elektroden (ontstekingsuiteinden
voor booglassen of boogsnijden B23K 9/26)
B 23 K
35/06 .
. . met een niet-ronde doorsnede; met een
speciale plaatsing, bijv. inwendig
B 23 K
35/08 .
. . . met meerdere
kernen; meervoudig
B 23 K
35/10 .
. . . met meer dan één
laag van coatingmateriaal of bkledingsmateriaal
B 23 K
35/12 .
. niet speciaal ontworpen voor gebruik als elektroden
B 23 K
35/14 .
. . voor solderen
B 23 K
35/16 .
. . met een niet-ronde doorsnede; met een
speciale plaatsing, bijv. inwendig (B23K 35/14 heeft voorrang)
B 23 K
35/18 .
. . . met meerdere
kernen; meervoudig
B 23 K
35/20 .
. . . met meer dan één
laag als coatingmateriaal of bekledingsmateriaal
B 23 K
35/22 .
gekenmerkt door de samenstelling of aard van het materiaal
B 23 K
35/24 .
. Geschikte soldeermaterialen of lasmaterialen (B23K 35/34
heeft voorrang)
B 23 K
35/26 .
. . waarbij het hoofdbestanddeel smelt bij
minder dan
B 23 K
35/28 .
. . waarbij het hoofdbestanddeel smelt bij
minder dan
B 23 K
35/30 .
. . waarbij het hoofdbestanddeel smelt bij
minder dan
B 23 K
35/32 .
. . waarbij het hoofdbestanddeel smelt bij
meer dan
B 23 K
35/34 .
. met verbindingen die metalen laten meegeven bij verwarming
B 23 K
35/36 .
. Selectie van niet-metaalachtige samenstellingen, bijv.
coatings of vloeimiddelen (B23K 35/34 heeft voorrang); Soldeermaterialen of
lasmaterialen in samenhang met de selectie van niet-metaalachtige
samenstellingen, waarbij beide van belang zijn (geschikte soldeermaterialen of
lasmaterialen B23K 35/24) [2]
B 23 K
35/362 .
. . Selectie van vloeimiddelsamenstellingen
(B23K 35/365 en B23K 35/368 hebben voorrang) [2]
B 23 K
35/363 .
. . . voor het solderen
of hard solderen [4]
B 23 K
35/365 .
. . Selectie van niet-metaalachtige
samenstellingen van coatingmaterialen, hetzij alleen hetzij in samenhang met
een soldeermaterialen of lasmaterialen [2]
B 23 K
35/368 .
. . Selectie van niet-metaalachtige
samenstellingen van kernmaterialen, hetzij alleen hetzij in samenhang met een
soldeermaterialen of lasmaterialen [2]
B 23 K
35/38 .
. Media, bijv. speciale atmosferen voor het omhullen van het
werkgebied
B 23 K 35/40
. Maken van draad of staven voor het solderen of lassen (zie
voor processen waarbij sprake is van één enkele techniek de relevante
subklassen, bijv. B05D of B21C)
B 23 K
37/00 Niet speciaal
aangepaste hulpinrichtingen of hulpprocessen voor een procedure die op zich
valt onder de andere hoofdgroepen van deze subklasse (lasbrillen of andere oogbeschermers
voor lassers die op het lichaam of in de hand worden gedragen A61F 9/00; toepasbaar
bij andere metaalbewerkingsmachines dan machines voor het solderen, lassen of
vlamsnijden B23Q; andere beschermingsschilden en dergelijke F16P 1/06) [5]
B 23 K
37/02 .
Wagens voor het ondersteunen van het laselement of snij-element
B 23 K
37/04 .
vooor het vasthouden of positioneren van werk
B 23 K
37/047 .
. verplaatsen van werk voor het bijstellen van de positie
ervan tussen soldeerstappen, lasstappen of snijstappen (B23K 37/053 heeft
voorrang) [5]
B 23 K
37/053 .
. uitlijnen van cilindrisch werk; Kleminrichtingen daarvoor [5]
B 23 K
37/06 .
voor het positioneren van gesmolten materiaal, bijv. ten behoeve van het
begrenzen daarvan tot een gewenst gebied
B 23 K
37/08 .
voor het verwijderen van vormnaden [5]
Indexschema
in samenhang met de groepen B23K 1/00 tot B23K 31/00, met betrekking tot
artikelen die worden gemaakt door solderen, lassen of snijden of met betrekking
tot te solderen, te lassen of te snijden materialen. [5,8]
B 23 K
101:00 Artikelen die worden
gemaakt door solderen, lassen of snijden [5]
B 23 K
101:02 .
Honingraatstructuren [5]
B 23 K
101:04 .
Buisvormige of holle artikelen [5]
B 23 K
101:06 .
. Buizen [5]
B 23 K
101:08 .
. . met vinnen of ribben [5]
B 23 K
101:10 .
. Pijpleidingen [5]
B 23 K
101:12 .
. Vaten [5]
B 23 K
101:14 .
. Warmtewisselaars [5]
B 23 K 101:16
. Banden of platen van oneindige lengte [5]
B 23 K
101:18 .
Plaatvormige panelen [5]
B 23 K
101:20 .
Gereedschap [5]
B 23 K
101:22 .
Netten, draadgaas en dergelijke [5]
B 23 K
101:24 . Dragende
constructies [5]
B 23 K
101:26 .
Spoorrails en dergelijke [5]
B 23 K
101:28 .
Balken [5]
B 23 K
101:30 .
Kettingen, duigen of ringen [5]
B 23 K
101:32 .
Draad [5]
B 23 K
101:34 .
Gecoate artikelen [5]
B 23 K
101:36 .
Elektrische of elektronische inrichtingen [5]
B 23 K
101:38 .
. Geleiders [5]
B 23 K
101:40 .
. Halfgeleiderinrichtingen [5]
B 23 K
101:42 .
. Gedrukte circuits [5]
B 23 K
103:00 Te solderen, te lassen
of te snijden materialen
[5]
B 23 K
103:02 .
IJzer of ijzerlegeringen [5]
B 23 K
103:04 .
. Staallegeringen [5]
B 23 K
103:06 .
. Gietijzerlegeringen [5]
B 23 K
103:08 .
Niet-ijzerhoudende metalen of legeringen [5]
B 23 K
103:10 .
. Aluminium of legeringen daarvan [5]
B 23 K
103:12 .
. Koper of legeringen daarvan [5]
B 23 K
103:14 .
. Titaan of legeringen daarvan [5]
B 23 K
103:16 .
Composietmaterialen [5]
B 23 K
103:18 .
Ongelijksoortige materialen [5]
B 23 K
103:20 .
. IJzerlegeringen en aluminium of legeringen daarvan [5]
B 23 K 103:22
. . IJzerlegeringen en koper of legeringen
daarvan [5]
B 23 K
103:24 .
. IJzerlegeringen en titaan of legeringen daarvan [5]